Gegaste zeecontainers: welke gassen worden gebruikt en wat zijn de risico’s?

Jaarlijks worden wereldwijd honderden miljoenen zeecontainers vervoerd. Een deel daarvan wordt vóór vertrek gegast (gefumigeerd) om insecten, knaagdieren, schimmels en andere organismen te bestrijden. Daarnaast kunnen containers gevaarlijke dampen bevatten die niet afkomstig zijn van fumigatie, maar vrijkomen uit de lading zelf, verpakkingsmaterialen, lijmen, oplosmiddelen of kunststoffen. Hierdoor kan een container die van buiten volledig normaal oogt, bij het openen een ernstig gezondheidsrisico vormen. Diverse onderzoeken tonen aan dat een aanzienlijk deel van de containers verhoogde concentraties schadelijke stoffen bevat en dat in een kleiner, maar belangrijk percentage zelfs grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling worden overschreden.

Voor medewerkers in havens, distributiecentra, logistieke bedrijven, inspectiediensten en magazijnen is kennis van deze risico’s essentieel. De gevolgen van blootstelling kunnen variëren van lichte irritatie tot ernstige neurologische schade, longoedeem of zelfs overlijden. Daarom behandelen steeds meer organisaties het openen van containers als een risicovolle werkzaamheid waarvoor specifieke procedures gelden.

Waarom worden containers gegast?

Fumigatie wordt toegepast om te voorkomen dat schadelijke organismen zich via de internationale handel verspreiden. Vooral hout, landbouwproducten, granen, cacao, koffie, tabak, katoen, meubels, textiel en bepaalde voedingsmiddelen worden regelmatig behandeld. Ook houten verpakkingen vallen onder internationale fytosanitaire eisen.

Na de behandeling blijft een deel van het gas in de lading, verpakkingen of containerwanden aanwezig. Tijdens een zeereis van meerdere weken kunnen deze gassen nog steeds aanwezig zijn wanneer de container op de eindbestemming wordt geopend. Bovendien kan een container tijdens transport vrijwel luchtdicht afgesloten blijven, waardoor gevaarlijke concentraties zich kunnen ophopen.

Methylbromide

Methylbromide behoort jarenlang tot de meest gebruikte fumigatiemiddelen ter wereld. Vanwege de schadelijke invloed op de ozonlaag is het gebruik inmiddels sterk beperkt, maar in bepaalde toepassingen en landen wordt het nog steeds toegepast.

Het gas is kleurloos en vrijwel geurloos. Daardoor merkt een medewerker vaak niet dat hij eraan wordt blootgesteld. Methylbromide tast vooral het centrale zenuwstelsel aan. De eerste verschijnselen bestaan vaak uit hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en vermoeidheid. Bij hogere concentraties kunnen spiertrillingen, epileptische aanvallen, bewusteloosheid en ernstige neurologische schade optreden. Ook kunnen longen, lever en nieren worden aangetast.

Langdurige of herhaalde blootstelling kan blijvende zenuwbeschadiging veroorzaken, waarbij klachten zoals gevoelsstoornissen, coördinatieproblemen en verminderd zicht kunnen ontstaan. Juist omdat waarschuwende eigenschappen vrijwel ontbreken, wordt methylbromide beschouwd als één van de gevaarlijkste fumigatiegassen.

Fosfine

Fosfine is tegenwoordig één van de meest gebruikte alternatieven voor methylbromide. Het ontstaat meestal uit aluminiumfosfide- of magnesiumfosfidetabletten die tijdens transport langzaam fosfinegas afgeven.

Fosfine is extreem giftig. Zelfs zeer lage concentraties kunnen gezondheidsklachten veroorzaken. Symptomen beginnen vaak met irritatie van ogen en luchtwegen, gevolgd door hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en druk op de borst. Hogere concentraties kunnen leiden tot ernstige schade aan hart, longen en zenuwstelsel.

Een bijzonder risico is dat fosfine tevens brandbaar is. Bij voldoende hoge concentraties kan het explosieve mengsels vormen. Hierdoor vormt het niet alleen een gezondheidsrisico, maar ook een explosiegevaar tijdens het openen van containers of bij werkzaamheden in afgesloten ruimten. In onderzoeken zijn incidenteel zeer hoge concentraties aangetroffen die vele duizenden malen boven gezondheidskundige grenswaarden lagen.

Sulfurylfluoride

Sulfurylfluoride wordt steeds vaker gebruikt als vervanger van methylbromide. Het tast de ozonlaag niet aan, maar is voor mensen nog steeds een gevaarlijke stof.

Het gas is kleurloos en vrijwel geurloos. Blootstelling kan leiden tot irritatie van luchtwegen, hoesten, duizeligheid, misselijkheid en neurologische klachten. Bij hogere concentraties kunnen ademhalingsproblemen, longoedeem en aantasting van het zenuwstelsel optreden.

Omdat sulfurylfluoride relatief langzaam uit materialen vrijkomt, kunnen gevaarlijke concentraties nog geruime tijd na de fumigatie aanwezig blijven. Hierdoor is alleen het openen van de container onvoldoende garantie dat de atmosfeer veilig is.

Ethyleenoxide

Ethyleenoxide wordt vooral gebruikt voor sterilisatie van medische producten en bepaalde levensmiddelen, maar wordt ook aangetroffen in internationale containerstromen.

Deze stof is bijzonder zorgwekkend omdat zij zowel acuut giftig als kankerverwekkend is. Kortdurende blootstelling kan irritatie van ogen en luchtwegen, hoofdpijn, misselijkheid en neurologische klachten veroorzaken. Bij langdurige blootstelling neemt het risico op kanker toe.

Juist doordat ethyleenoxide ook uit bepaalde producten kan vrijkomen, vormt het soms een onverwacht risico in containers die niet als gefumigeerd zijn gemarkeerd.

Waterstofcyanide

Waterstofcyanide wordt tegenwoordig veel minder toegepast, maar komt internationaal nog steeds voor bij bepaalde fumigatieprocessen.

Het gas behoort tot de snelst werkende vergiften die bekend zijn. Het verhindert dat lichaamscellen zuurstof kunnen gebruiken. Slachtoffers kunnen binnen zeer korte tijd hoofdpijn, duizeligheid, ademhalingsproblemen, bewusteloosheid en uiteindelijk een hartstilstand ontwikkelen.

Door de hoge acute toxiciteit geldt waterstofcyanide als één van de gevaarlijkste fumigatiemiddelen waarmee werknemers in uitzonderlijke gevallen geconfronteerd kunnen worden.

Chloorpicrine

Chloorpicrine wordt soms als waarschuwingsmiddel toegevoegd aan fumigaties vanwege de sterk prikkelende werking.

Al bij lage concentraties veroorzaakt het hevige irritatie van ogen, neus en luchtwegen. Personen krijgen direct tranende ogen, hoestbuien en een branderig gevoel. Bij hogere concentraties kan ernstige longschade ontstaan.

Hoewel de stof minder vaak wordt aangetroffen dan methylbromide of fosfine, vormt zij nog steeds een relevant risico binnen internationale logistiek.

Niet alleen fumigatiegassen vormen een risico

Een belangrijke ontwikkeling van de afgelopen jaren is het inzicht dat veel containers helemaal niet gegast zijn, maar toch gevaarlijke lucht bevatten.

Nieuwe meubels, vloerbedekking, schoenen, speelgoed, elektronica, textiel en kunststoffen geven vluchtige organische stoffen af. De bekendste voorbeelden zijn formaldehyde, benzeen, tolueen, xyleen en diverse oplosmiddelen.

Uit meerdere internationale onderzoeken blijkt zelfs dat formaldehyde veel vaker wordt aangetroffen dan klassieke fumigatiegassen. Ook benzeen wordt regelmatig gevonden. In sommige containers overschrijden deze stoffen de geldende grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aanzienlijk.

Gezondheidsklachten

De eerste klachten na blootstelling lijken vaak onschuldig. Medewerkers melden hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid of een misselijk gevoel. Hierdoor wordt de relatie met de container soms niet direct gelegd.

Bij hogere blootstellingen kunnen ernstigere verschijnselen optreden zoals:

  • ernstige benauwdheid;
  • concentratiestoornissen;
  • verminderd reactievermogen;
  • bewusteloosheid;
  • hartritmestoornissen;
  • neurologische schade;
  • longoedeem.

Sommige effecten ontwikkelen zich bovendien pas enkele uren na de blootstelling. Hierdoor kan iemand zich aanvankelijk redelijk voelen, terwijl de gezondheid later alsnog ernstig verslechtert.

Wie loopt risico?

De grootste risico’s bestaan voor werknemers die containers openen of lossen. Dat zijn onder andere havenmedewerkers, chauffeurs, magazijnmedewerkers, douane-inspecteurs, keuringsinstanties, fumigatiebedrijven, logistiek personeel en onderhoudsmedewerkers.

Ook medewerkers die slechts kort een container betreden kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke concentraties wanneer onvoldoende ventilatie aanwezig is.

Hoe kunnen risico’s worden beperkt?

Moderne veiligheidsprocedures gaan uit van het principe dat iedere gesloten container potentieel gevaarlijke lucht kan bevatten totdat het tegendeel is aangetoond.

In de praktijk begint veilig werken daarom met een risico-inschatting. Wanneer bekend is dat een container is gegast of afkomstig is uit een productgroep waarbij verhoogde risico’s voorkomen, verdient gasmeting de voorkeur voordat de deuren volledig worden geopend.

Daarna volgt gecontroleerde ventilatie. Vaak wordt de container eerst gedeeltelijk geopend waarna natuurlijke of geforceerde ventilatie plaatsvindt. Pas nadat metingen aantonen dat concentraties veilig zijn, mogen medewerkers de container volledig betreden.

Wanneer metingen niet direct mogelijk zijn, kan aanvullende persoonlijke bescherming noodzakelijk zijn, afhankelijk van de resultaten van de risicoanalyse en de geldende bedrijfsprocedures.

Daarnaast is opleiding Awareness gegaste containers voor het personeel essentieel. Werknemers moeten herkennen welke waarschuwingslabels op containers voorkomen, welke symptomen kunnen wijzen op blootstelling en hoe zij moeten handelen wanneer een gevaarlijke situatie ontstaat.

Conclusie

Gegaste zeecontainers vormen nog altijd een belangrijk arbeidsveiligheidsrisico binnen de internationale logistiek. Hoewel het gebruik van methylbromide wereldwijd is afgenomen, worden fumigatiemiddelen zoals fosfine, sulfurylfluoride, ethyleenoxide en incidenteel waterstofcyanide nog steeds toegepast. Daarnaast blijkt uit internationaal onderzoek dat veel containers gevaarlijke concentraties bevatten van stoffen die helemaal niet als fumigatiemiddel zijn gebruikt, maar afkomstig zijn uit de lading zelf, zoals formaldehyde en benzeen.

De belangrijkste les voor organisaties is dat een gesloten container nooit automatisch als veilig mag worden beschouwd. Door een combinatie van risico-inventarisatie, gasmetingen, gecontroleerde ventilatie, duidelijke werkprocedures en goede opleiding van medewerkers kunnen ernstige incidenten grotendeels worden voorkomen. Daarmee beschermen bedrijven niet alleen hun werknemers, maar voldoen zij ook beter aan hun verantwoordelijkheid voor veilig en gezond werken in de logistieke keten.